vrijdag 25 juli 2014

Pyreneën ronde

Op de top van de Col de Menté
Tot slot van een week in Bagnerès-de-Luchon wil ik een rondje maken over de Col de Menté en de Portet d'Aspet. Het is vrij grijs, maar nog wel droog als ik wegrijd vanaf de camping. Dit vals plat aflopende stuk reed ik enkele dagen geleden bij mijn ronde over de Port de Balès ook al. Eenmaal door St. Beat komt de Col de Menté meteen ter zake. De klim trekt met ruim 10% weg uit het dal om de volgende negen kilometer nergens meer echt makkelijk te worden. De percentages blijven constant schommelen ronde 8 à 9%. Door het dichte wolkendek met lichte regen, kan ik helaas niet van veel uitzicht genieten.




De vrij saaie top van de Col de Portet d'Aspet
In de technische en vrij lastige afdaling speur ik naar de plaquette van Luis Ocana die hier in het geel onderuit ging en moest opgeven in de Tour van 1971. De dag daarvoor had Ocana Merckx op een dikke 8 minuten gereden en lag in gewonnen positie tot een val in de afdaling van de Col de Menté hem tot opgeven dwong. Ik vindt de plaquette nergens, maar dit kan ook komen omdat ik mijn aandacht bij de smalle, bochtige en vooral natte weg moet houden.






De door mijn niet opgemerkt plaquette, circa 4 km.
onder de top.
De afdaling van de Col de Mente, gaat naadloos over in de beklimming van de Col de Portet d'Aspet. Het is slechts 4,5 kilometer klimmen naar de top, maar dit zijn wel vier hele stevige kilometers, met een hele strook 14%. De top is niet heel veel bijzonders, ik keer om en stop in de afdaling bij het monument van de hier in 1995 omgekomen Fabio Casertelli. Ik kan mij wel voorstellen dat op deze supersteile strook de snelheden enorm oplopen in een op hol geslagen Tour peloton.




Plaquette op de plaats van het
fatele ongeluk

Monument Fabio Casartelli op de Col de Portet d'Aspet


Col des Ares
In plaats van weer terug te rijden de Col de Menté, sla ik rechtsaf en daal verder af. Het is een glooiend afdaling, waar af en toe stevig bij getrapt moet worden. Na enkele kilometers sla ik af richting de Col des Ares, waarover enkele dagen geleden het Tour peloton ook reed in aanloop naar de Port de Balès. Via de tussencol Col de Buret rijd ik gematig stijgend omhoog naar de top. De toppers zullen deze klim waarschijnlijk op het buitenblad doen, mijn benen zijn echter in een iets mindere staat en dwingen mij op het binnenblad. Een makkelijke afdaling brengt mij weer richting de D125 richting Bagnerès-de Luchon. Het licht vals plat doet nog best zeer aan de benen op de terugweg van mijn laatste tocht deze vakantie.



woensdag 23 juli 2014

Super-Bagnerès

Laatste kilometers van de klim. In de verte het Hotel op de top.
Na een dagje wandelen in de bergen, pak ik in de namiddag nog even de fiets voor de beklimming van Super-Bagnerès. Vanaf de camping zie ik het hotel op de top al enkele dagen uitnodigend lonken, vandaag neem ik de uitdaging aan. Door het mooie en gezellige centrum van Bagnerès-de-Luchon, meteen na de kuurbaden, begint de weg al licht te stijgen. Op één steile kilometer na, is de klim tot de splitsing naar het fraai gelegen Hospice de France, goed lopend. Na de splitsing wordt het lastiger. Het is een typische klim naar een wintersportoord, een brede goed onderhouden weg met nergens hele steile uitschieters. Echt een klim, waar als je eenmaal een lekker ritme hebt gevonden, lekker omhoog kunt rijden. Meer iets voor sterke mannen die op de macht omhoog gaan, dan voor de echt klimmers. Al wordt deze bewerig door de namen van echte klimmers als Federico Bahamontes, Jose Manuel Fuent en Robert Millar die als eerste boven waren, gelogenstraft. Over de brede goed onderhouden weg is het vervolgens heerlijk afdalen terug naar de camping. Ik kijk tevreden omhoog en zie het hotel weer op staan; Been there, done that ! Geen bijzonder spectaculaire klim, maar wel een met veel wielerhistorie en ook een klim die je lekker op kunt rijden.

maandag 21 juli 2014

Verkenning finale Tour etappe, Port de Balès

Het is echt Pyreneën weer als ik vertrek vanuit Bagnerès de Luchon, morgen aankomstplaats van de 16e etappe in de Tour de France. De wolken hangen in het dal en het miezert licht. Reeds vele malen wierp het weer roet in het eten tijdens een Pyreneën rit in de Tour en zat ik naar vage schimmen op het scherm te kijken of nog erger; beelden van de aankomstplaats, omdat de helikopters de lucht niet in konden. Morgen ben ik van plan om met de familie op de laatste klim van de dag te gaan staan, de Port de Balès. Vandaag wil ik daarom op de fiets vast verkennen wat een goede plaats is om te gaan staan.

Vanuit Bagnerès gaat het vals plat omlaag in noordelijke richting, in Siradan kom ik op het parcours van de Tourrit van morgen. De bewegwijzeringsbordjes hangen reeds, vanaf nu is het dus gewoon de route volgen. Langs de weg hier en daar versiering en spandoeken, maar het is toch een stuk ingetogener als in Italië, langs het Giro parcours. Tot Mauléeon-Barousse stijgt de weg licht glooiend, maar als ik het centrum van het dorpe uitrijd kondigt een poort het begin van de Port de Balès aan. Het begin van de klim is nog goed te doen, de eerste campers staan al opgesteld. Hoe hoger ik op de klim kom hoe drukker het wordt met campers en tentjes langs de kant van de weg. Het miezeren is inmiddels overgegaan in echt regenen, gelukkig is het niet koud. De Tour volgers warmen zich enigzins aan barbeques en kampvuurtjes en schuilen onder provisorisch opgehangen plastic doeken.

Op de top van de Port de Balès.
Het heeft wel wat om tussen al deze tentjes en campers door omhoog te fietsen. Ik ben zeker niet de enige die vandaag die de klim doet, veel anderen rijden ook omhoog. Naar de top toe wordt de klim steeds iets lastiger, het zwaarste stuk zit een kilometer of drie voor de top. De laatste drie kilometer schommelen tussen de 7 en 8%, hier kom je echter wat uit het bos en heb je meer uitzicht. Een betere plek dus om te gaan kijken, dan de allerlastigste stroken in het bos. Op de top wordt druk gebouwd aan de poort voor morgen en is het een drukte van belang rond het restaurant en de biertenten.

Top van de Portillon op de Frans-Spaanse grens




Snel even een foto en de windstopper aan en de vrij snelle en in het bovenstuk smalle afdaling in. In de afdaling krijg ik het ondanks mijn windstopper toch behoorlijk koud. In Luchon aangekomen besluit ik me weer wat warm te gaan fietsen en pik de naar de Frans-Spaanse grens lopende Col de Portillon nog mee te pakken. De Portillon is een stuk lager dan de Port de Balès en inmiddels prikt het zonnetje voorzichtig door het wolkendek, dus ik hoop dat de afdaling terug minder koud zal zijn dan die van net. De Portillon begint gematigd, maar de laatste vier kilometers zijn toch vrij straf met percentages die rond de 10% schommelen. In de afdaling is de zon inmiddels volledig doorgebroken, dus is het heerlijk terug dalen over inmiddels droge wegen.

vrijdag 18 juli 2014

Rit door de Spaanse bakoven

De weg naar Jou en Son hangt in de wand,
met als gevolg een prachtig uitzicht
Vanaf de camping is het meteen mooi glooiend klimmen naar de bergdorpjes Jou en Son. Vanuit de weg die in de wand, die af en toe de bossen in duikt, heb ik een prachtig uitzicht op het dal. Na Son brengt een bochtige afdaling mij op de C29, die ik enkele dagen geleden in omgekeerde richting nam op weg naar de Puerto de la Bonaigua. In het dal merk ik pas hoe ontzettend warm het vandaag is. Boven in Espot staat er nog een verfrissende wind, maar hier in het dal is het meer een soort warme luchtstroom, die ook nog eens stevig tegenstaat. Hierdoor is het nog stevig bijtrappen tegen de wind in op de vals plat aflopende C29 en C31 naar Llavorsi en Sort.


Temperaturen van ruim boven de 40 graden en nergens
beschutting op de Col de Canto
In Sort sla ik linksaf voor de beklimming van de Port de Canto. De Canto zal vijf maal in de Vuelta, maar was in deze etappes vooral een doorgangspas richting Andorra, waar het werkelijke vuurwerk plaatsvondt. De beklimming is niet al te lastig, maar door de hitte heb ik het toch zwaar. Weliswaar heb ik in Sort de bidons nog bijgevuld en een liter water gedronken, tegen deze hitte van ruim boven de 40 graden is amper om te drinken. Na tien kilometer vrij regelmatig stijgen tussen de 6 en 7%, volgen er enkele stroken vals plat. Maar ik draai vierkant en blijf dit tot de top doen. Pas vlak onder de top brengt de wind voor het eerst wat verkoeling. De vrij saaie top komt dan ook als een verlossing. Terug naar Sort is het wel heerlijk dalen over de goede en brede weg. De rijwind brengt verkoeling en door de ruime bochten hoef ik nauwelijks te remmen. Ik kan met gewoon lekker naar het dal lagten vallen. In Sort wacht de familie met de auto voor en tochtje raften over de Noquera Palarese.

woensdag 16 juli 2014

Super-Espot

Een brede weg, zoals bij veel wintersportplaatsen
Na een dag bergwandelen maak ik in de namiddag nog snel een kort ritje naar Super-Espot. Vanaf de camping daal ik eerst terug naar de in het dal gelegen C13. Hier begint de weg naar het bergdorpje Espot en het verderop gelegen  Nationaal park Aigüestortes i Estany de Sant Maurici. De klim is vrij regelmatig en wordt op een paar korte strookjes 10% nergens echt steil. Het steilste deel bevindt zich in het begin van de klim, eenmaal halverwege vlakt de weg af tot een stevig vals plat. Eenmaal door het bergdorpje Espot, trekt de klim nog even aan tot het wintersportgebied Super-Espot. Enkele terug wandelende schoolklassen moedigen mij aan gedurende de laatste twee kilometers. Contador blijkt verreweg het populairst onder de Saanse jeugd. Vanaf het zomers verlaten wintersportcentrum daal ik lekker rustig af richting camping en zwembad.

dinsdag 15 juli 2014

Puerto de la Bonaigua, Pla de Beret

Vanuit Espot daal ik in alle vroegte het dal uit. De zon komt nog niet over de bergkam en ik heb het ronduit koud in de afdaling. Als ik de C-28 bereikt heb gaat het in noordelijke richting vals plat omhoog, hier kan ik me weer even wat warm trappen.

Vlak voor de top van de Puerto de la Bonaigua
Vanaf Esterri d'Aneu gaat het vals plat over in klimmen. Door de brede weg lijkt het minder steil dan het is. Toch wordt het nergens echt steil. De Puerto de la Bonaigua toont zich een vriendelijke reus. Er zijn waarschijnlijk maar weinig cols van boven de 2000 meter, die zo makkelijk te beklimmen zijn. In het begin zitten er weinig bochten in de klim, maar dit wordt ruimschoots goedgemaakt in de laatste kilometers van de klim. De weg kronkelt hier met vele haardspeldbochten omhoog, maar ook hier wordt de klim niet al te lastig. Landschappelijk is dit ook het mooiste gedeelte van de klim.




De uitzichten zijn prachtig tijdens de klim naar Plan de Beret
De top is mooi. Vanaf de top heb je een prachtig uitzicht op de omringende Pyreneën. Na een goedlopende brede afdaling pak ik het verlaten wintersportoord Baquira de afslag naar Pla de Beret. Reeds viermaal kwam de Vuelta hier bergop aan in 2006 lag de streep op de top na een Tour etappe. De klim is niet al te zwaar, meer iets voor de machtsklimmers dan voor de bergvlooien. Dit is ook terug te zien aan de winnaars op de top; Alex Zulle (Vuelta 1995), Felix Garcia Casas (Vuelta 1999), Aitor Osa (Vuelta 2003), Denis Menchov (Tour 2006) en David Moncoutie (Vuelta 2008). De laatste twee kilometers gaan zelf in licht dalende lijn tot het skistation van Pla de Beret.


Het skigebied strekt zich uit over de Puerto de la Bonaigua en Pla de Beret.

dinsdag 8 juli 2014

Cap de Begur, Costa Brava

Tussen de rijstvelden is het nagenoeg vlak
Na een zuidelijke ronde twee dagen gereden, maak ik vandaag een noordelijke ronde vanuit Palamos. Vanuit Calonge rijd ik het binnenland in. Via de lekker lopende Coll de la Ganga rijd ik richting La Bisbal de Emporda. De hele klim kan op het buitenblad, ook de afdaling is niet steil, overal moet je nog meetrappen om snelheid te maken.

Vanuit La Bisbal tot de kust is het licht glooiend. Tussen de rijstvelden is het echt bijna vlak. Na het bereiken van de kust wordt het terrein weer lastiger. Het gaat constant op en af langs de grillige rotskust rond de Cap de Begur, met hier en daar ook enkele steile passages. Ondanks dat ik de route in mijn Garmin heb gezet, is het af en toe toch even zoeken om de doorgaande weg te vinden tussen de villa´s langs de kust.

De grillige rotskust rond Cap de Begur
Ik verlaat de kuststrook weer en daal af naar Palafrugell. Even plotseling als de heuvels begonnen, houden ze nu ook weer op. Via een stukje over de vluchtstrook van de vierbaans C-31 rijd ik weer terug naar de camping. Een prachtige afwisselende rit, zonder grote beklimmingen. Na deze rit kan ik mij prima voorstellen dat veel profs de regio rond Girona kiezen als uitvalsbasis voor hun wintertraingen.